Door Amanda Hilhorst
In het Bellevue theater te Amsterdam zijn, op donderdag 28 januari, een aantal ‘grote’ mensen uit de musicalwereld bijeen gekomen om onder leiding van Hein Janssen (theaterredacteur van de Volkskrant) te debatteren over de stand van zaken in de Nederlandse musical. De Kring Nederlandse Theatercritici organiseert twee keer per jaar een debat, waarvan dit de eerste is. Vanwege de recente Kamervragen van de SP over het programma ‘Op zoek naar Mary Poppins’ kan Kees Tukker, hoofd tv-programmering AVRO, helaas niet aanwezig zijn bij deze middag. Matthijs Bongertman, Tim Boersma, Jacques d’Ancona, Koen van Dijk, Ruud de Graaf, Erwin van Lambaart, Roel Vente en Rob Wiegman zijn wel gekomen. En met de recente ontwikkelingen is er natuurlijk een mooi uitgangspunt voor het debat.
Kamervragen De heren zijn het er allemaal wel over eens dat die vragen gesteld mogen worden, maar vinden ook dat dit soort programma’s gewoon op de publieke omroep gemaakt kunnen worden. De AVRO is bij uitstek de omroep waarbij dit kan, omdat ze podiumkunsten hoog in het vaandel hebben staan. Erwin van Lambaart vult aan dat mensen de neiging hebben om iets wat heel populair is, niet als kunstvorm te zien. Musical is zo een populaire podiumkunstvorm, dat mensen weleens vergeten dat er ook keihard gewerkt wordt om de musical op een artistiek, hoog niveau te krijgen. Stage Entertainment staat verder niet ter discussie in de Kamervragen, omdat de AVRO de volledige eindverantwoordelijkheid over het programma heeft. De AVRO bepaalt wat er gedaan wordt en wie waar zit. De verantwoordelijkheid ligt dus niet bij Stage Entertainment. De andere producenten die aangeschoven zijn, vinden het een erg mooi instrument dat Stage Entertainment gebruikt om het publiek te bereiken en kijken er met ‘gezonde jaloezie’ naar. De elf dames die in de finale komen, laten niet alleen aan het Nederlands publiek zien wat ze in huis hebben, maar ook aan de andere producenten. Er is dus eigenlijk niet een winnaar, maar het zijn er elf.
Is er crisis? Maar hebben de producenten last van de crisis? Ja, iedereen heeft met een mindere zaalbezetting te maken, maar dat komt ook doordat het consumentenpatroon wijzigt. Mensen kopen niet meer vier maanden van te voren een kaartje voor een voorstelling, maar slechts een week. Doordat een waanzinnige diversiteit is, kiezen mensen op het laatste moment of ze een voorstelling graag willen zien, dus moeten de producenten heel hard werken om de zalen vol te krijgen. Maar uiteindelijk blijkt dat de zaalbezetting in de week voor de voorstelling nog met 10 tot 15% kan stijgen. Een terugkerend onderwerp van dit debat, is de artisticiteit van de producenten. Ze hebben het allemaal in een hoog vaandel staan. Het doorsnee Nederlands publiek associeert musical echter met een grote show, het zijn de fijnproevers die ook naar kleinere producties komen kijken. Toch moeten ook die grote shows gemaakt worden, omdat dat de voorstellingen zijn waar publiek mee naar het theater getrokken wordt. Het is goed dat klassiekers als ‘My Fair Lady’, ‘Les Miserables’ en ‘Sound of Music’ terugkeren, omdat daar een groot publiek mee bereikt kan worden. Als daar 1% van blijft hangen, is er al een mooie markt voor de kleinere producties. Een goed voorbeeld van een kleine productie met een goede zaalbezetting is ‘Passion’. Een voorstelling die gemaakt moest worden, vanwege het verhaal, maar die geen winst gegenereerd heeft. Daar tegenover staat het gigantische succes van ‘Ciske de Rat’, een oorspronkelijk Nederlandse productie die met een grote finale in het Fortis Circustheater kon eindigen.
M-lab Dat er veel musicals gemaakt worden is niet erg, maar de goede kwaliteit moet voorop blijven staan. Daarnaast moet er een tweede circuit komen, een soort Off-Broadway. Een plek voor de kleinere musicals, in kleinere theaters waar de fijnproevers naar kunnen komen kijken. M-lab is weer net iets te klein, aldus Koen van Dijk. Maar M-lab wordt ook veel geprezen. Het is een mooi laboratorium voor de theatermakers. Voor de uitvoerenden zijn er immers genoeg opleidingen, maar makers leren het voornamelijk in de praktijk. Vormgevers en technici moeten ook ergens kunnen leren wat een goed lichtplan is en hoe dat gemaakt wordt. Daarvoor is bij grote shows te weinig ruimte, ruimte die M-lab wel heeft. Koen van Dijk stelt dat het vooral heel jammer is dat er geen nieuw repertoire geschreven wordt. Musicals als ‘Doe Maar!’ hebben een heel goed verhaal, maar de muziek is niet nieuw. Het maken van een nieuwe musical is echter zeer complex. Het is een proces waarin elke keer gekeken moet worden of de scènes kloppen, het verhaal blijft lopen, die liedjes goed zijn en of het uiteindelijk allemaal klopt.
Recensenten En of het klopt is terug te lezen in vele recensies die over musicals geschreven worden. De producenten zijn erg tevreden over de Nederlandse musicalrecensenten, die de musical serieus nemen. Ze reageren inhoudelijk op wat ze op het podium hebben gezien en weten het ook te plaatsen, omdat ze zoveel voorstellingen gezien hebben. Toch wordt er door de heren wel benadrukt dat de musical door de populaire media goed opgepakt wordt, maar dat de serieuze media het vaak links laat liggen. In de populaire media is ruimte voor recensies, een ruimte die in steeds meer kranten steeds kleiner wordt. Daarin speelt ook mee dat er vaak meerdere premières in een weekend plaatsvinden, waardoor ze elkaar de krant uit vechten. Er wordt een beslissing genomen over welke voorstelling er een recensie in de krant komt te staan en de anderen verdwijnen in de prullenbak. Kranten moeten dus weer meer aandacht aan deze kunstvorm besteden.
Casting Er wordt wel veel aandacht besteedt aan bekende Nederlanders die een rol gaan spelen in een musical. Jacques d’Ancona wil daar graag nog wat meer over weten en laat zich er ook kritisch over uit. Hij vraagt zich af wat Jim Bakkum, Arjan Ederveen en Bas Westerweel in de musicalwereld doen. Hoge verwachtingen kunnen vaak niet waargemaakt worden, al zijn er ook BN’ers bij wie het wel goed uitpakt. Voorbeelden daarvan zijn bijvoorbeeld Jamai Loman en Kim-Lian van der Meij. De producenten zijn heel stellig in hun antwoord. Er komen mensen auditie doen voor een rol en degene die de beste auditie doet krijgt die rol. Er wordt dus op artistiek niveau besloten wie dat gaat doen en dat het dan een ‘Bekende Nederlander’ wordt, is bijzaak. Zo is ook Antonie Kamerling aan zijn rol in ‘Sunset Boulevard’ gekomen. Het is duidelijk dat de producenten lijnrecht achter hun artistieke keuzes blijven staan.
M-lab on tour Het twee uur durende debat werd afgerond met een vraag aan elke deelnemer en zo krijgen we nog een nieuwtje te horen. De M-lab producties ‘169huis’ en ‘Into the Woods’ zijn in het seizoen 2010-2011 in twaalf theaters in Nederland te bewonderen en ook ‘Urinetown’ gaat dan met een groot deel van de oorspronkelijke cast op tournee door Nederland. Meer informatie daarover zal vast niet lang meer op zich laten wachten. Voor meer informatie over KNT: www.theaterkritiek.nl
|