Google Analytics Alternative Column Arie Cupé: Mag ik van u een handtekening?

Column Arie Cupé: Mag ik van u een handtekening

In 1982 debuteerde Arie Cupé in het liedjesprogramma 'Van Oklahoma tot Anatevka' en sindsdien heeft hij in vele voorstellingen acte de présence gegeven. De meeste recente voorstellingen waar Arie Cupé in te zien was waren “De Jantjes” en “Harrie let op de kleintjes” In de columns die Arie Cupé maandelijks voor ons zal schrijven, neemt hij je mee naar zijn rijke en persoonlijke theaterverleden.

Handtekeningen van artiesten. Waarom willen we dat? Nou ja, niet iedereen heeft daar behoefte aan, maar als we ons dan beperken tot de mensen die er wèl iets mee hebben: Waarom? Ik heb er lang over nagedacht. Ik denk dat het te maken heeft met een ‘bewijs’ voor jezelf, maar misschien ook voor anderen, dat je diegene gesproken hebt of zoiets. Of bij wijze van souvenir. Ik weet niet wat het precies is. Ik kwam er niet echt uit. Ik kan natuurlijk alleen vanuit mezelf bedenken waaróm ik dat wilde en dát weet ik wel.

Conny Stuart

Als kind al wilde ik dus ‘later’ aan het toneel, zingen, toneelspelen, misschien dansen. Al vanaf m’n zesde. En ik heb er altijd behoefte aan gehad om te práten met mijn grote collega’s. Omdat ik, net als zij, door hetzelfde vuur was aangestoken, dacht ik. Zij begrijpen mij, zoiets. En dat was ook vaak zo. Want zo klein als ik was vertelde ik het er altijd bij, dat ik ook aan het toneel wilde, als ik groot was. En dat maakt dat ze me blijkbaar niet als een ‘gewone’ fan zagen, maar als een soort collega in spé. Dat denk ik echt. In ieder geval léék dat altijd wel zo.

Ik was een uiterst verlegen jongetje. Maar toen mijn ouders een café begonnen stond ik al spoedig bovenop de middentafel te zingen. Op m’n zesde. Zonder microfoon galmde ik met plaatjes mee die uit de jukebox klonken. Applaus, dank u wel, en dan weer de verlegenheid in. Heel vreemd eigenlijk.

Ik had ook een nummer met mijn broer Freek. We deden dan vreemde jassen aan en Freek bond met bretels een ouwe, zwarte schrijfmachine overdwars voor zijn buik. Dat was dan ineens een accordeon. Ik had een koperen mansbakje. Er zat een single in diezelfde jukebox met musette-muziek. Dan toetsten we die single in, kant A en kant B, en dan vlógen we naar de keuken om ons om te kleden. We moesten er wel zeker van zijn dat er eerst nog een paar andere liedjes zouden klinken, dat konden we zelf regelen, want de singles werden gespeeld in de volgorde waarop ze waren ingetoetst. Dus we ‘programmeerden’ eerst een paar andere deuntjes en dán dat musette-plaatje. Zodra de musette klonk, kwamen wij tevoorschijn. Freek speelde langs de zogenaamde toetsen aan weerskanten van die ouwe schrijfmachine en ik liep er achteraan te mansen. En de mensen in het café gooiden dan dubbeltjes, kwartjes, soms guldens in m’n bakje. Als het liedje uit was gingen we door de deur gewoon naar buiten. Daar wachtten we op het moment dat het singletje was omgedraaid en als de andere kant van de plaat inzette kwamen wij weer binnen en herhaalden de hele ‘accordeon-playback’ nog een keer op de melodie van dit andere lied. Na verloop van tijd hadden we een heleboel geld opgehaald. We wisten dat onze ouders een nieuw matras gingen kopen, omdat er nu wel een té erge kuil in de oude ontstond. Die matras werd door ons cadeau, gekocht van die optredens met die schrijfmachine. Leuke kinderen waren we eigenlijk.

Dame Edna

Maar terug naar de handtekeningen. Ik had er een speciaal plakboek voor. De eerste pagina was voor familie en vrienden ingericht, de belangrijke mensen in m’n leven. Daarna volgden mijn theaterhelden: Jasperina de Jong, André van Duin, Corrie van Gorp, Milly Scott, Willem Nijholt, Ronnie Bierman, Trudy Labij, Sonja Barend, Carry Tefsen, Beppie Nooy, Mary Dresselhuys, Conny Stuart, Jeroen Krabbé, Mies Bouwman, Jos Brink, Willeke Alberti, Adèle Bloemendaal, nou ja, vélen. En het ging mij er dus om, deze artiesten te spreken. Iets te vragen. Later verschoof de horizon naar het internationaal gebied: Liza Minnelli, Charles Aznavour, Richard Gere, Dame Edna. Ik besef heus wel, nu ik dit opschrijf, dat het op een hoop gepoch lijkt. ‘Kijk mij nou even, die en die en die gesproken, én de handtekening gekregen’, maar het is gewoon wáár. En vooral dus om te spreken met deze grote collega’s. Om ze te ontmoeten. Dat vind ik nog steeds geweldig.

Ik weet nog goed dat Paul de Leeuw rond de eeuwwisseling een televisieprogramma had waar hij een dubbelpresentatie deed met Hans Kesting. Dat werd twee of drie keer in de week uitgezonden, precies weet ik dat niet meer. Ik weet alleen wèl dat het soms rechtstreeks werd uitgezonden en soms was de show opgenomen. Mijn Martin en ik zitten te kijken en zagen ineens Beatrice Arthur opkomen. Haar bekendste tv-rol is die van Dorothy in ‘The Golden Girls’, weet u nog wel, die hele grote dame met lage stem. Ik was als tiener al gek van haar bij de tv-serie ‘Maude’, waarin zij de titelrol speelde. Maar zij speelde ook in theatermusicals, zoals ‘Fiddler on the roof’ en ‘Mame’, van beide shows had ik de LP. Nu ze bij Paul en Hans te gast was bleek de ‘Golden Girls’-serie afgelopen en ging zij met een one-woman-show de wereld door. Zij zong er ook een lied uit: ‘Where do you start’. En zo gezellig met Martin op de bank vroeg ik hem ‘wanneer zou dat opgenomen zijn, wanneer was zij nou ineens hier in Amsterdam?’ Toen zei Martin dat dít een rechtstreekse uitzending was. Als door een wesp gestoken vlóóg ik op. Het vuur ging weer door m’n lijf: ‘Die moet ik spréken, die moet ik ontmoeten, die vrouw bewonder ik al zó lang, zij is één van de redenen waaróm ik aan het toneel wilde!’ Nou ja, zo’n overdreven reactie ongeveer.

Beatrice Arthur

Martin zei heel rustig: ‘Nou, fiets naar de studio, dat is een kwartiertje hier vandaan’. En dat deed ik. Toen ik aankwam was de uitzending nog bezig en ik zat als een kind te wachten in de foyer naast de studio. Ik had de CD van ‘Mame’ meegenomen, want die had ik náást de LP natuurlijk ook inmiddels in huis. De deuren vlogen open, Paul de Leeuw werd bedolven onder de fans voor foto’s, handtekeningen etc. ‘Ach, mijn grote Amerikaanse heldin is natuurlijk meteen na haar optreden weggegaan’, bedacht ik. ‘Weet je wat, ik neem een cola en ik ga weer’. Maar nét toen ik dát dacht, stapte ze naar buiten in gezelschap van twee vriendinnen, ook Amerikanen die duidelijk met haar reisde. Ik ben op haar afgestapt, me voorgesteld en haar kunnen vertellen dat ze me altijd zó geïnspireerd heeft, wat comedy betreft. Want dat ís zo! Toen ik de ‘Mame’-CD tevoorschijn haalde was ze heel verbaasd: ‘Dat iemand in Amsterdam die hád!’ Heel aardig signeerde ze het hoesje. En ze vond het heel bijzonder te horen dat zij voor collega’s hélémaal in Nederland iets heeft kunnen betekenen. Ze vroeg waarin ik gespeeld had en gelukkig heb ik ook vertaalde stukken en musicals gedaan, want anders zouden titels haar helemaal niets zeggen natuurlijk. Op de fiets terug dacht ik: ’Ben ik bijna 40, is dit nou niet een beetje kinderachtig allemaal?’ Maar ik dacht er metéén achteraan: ‘Nou, dat zál dan wel, ik vind het fantástisch! Geweldig! Beatrice Arthur!’

 

 

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. To find out more about the cookies we use and how to delete them, see our privacy policy.

  I accept cookies from this site.
EU Cookie Directive Module Information