Google Analytics Alternative Oerol 2019 Wij de verdronkenen

Oerol 2019 Wij de verdronkenen
De fan - grote man met spierballen knellend uit de korte mouwen van zijn BOT t-shirt - vindt achteraf, ná de voorstelling, dat de grote muziekinstallaties van BOT wel wat prominenter in beeld hadden gemogen. Maar ja, ‘Wij, de verdronkenen’ is een samenwerking tussen BOT, Kloppend Hert en Walpurgis. Regisseur Judith Vindevogel voegde daarmee het ongepolijste muziektheater van BOT samen met teksttheater, een rap en operazang, in een dramatisch verhaal van zeemannen die gehavend laveren op de golven, in een tijd vol oorlog. Een verhaal vol man en macht, in een dito productie. Een enkele keer dreigt ‘Wij, de verdronkenen’ ten onder te gaan in het zicht van de duinen bij parkeerplaats Paal 8. De zee dreigend daarachter. Maar op de momenten dat de samenwerking werkt, schemert het dramatische effect van deze groots opgezette productie door.
Het verhaal is gebaseerd op een dik boek van Carsten Jensen en lijkt op zich simpel. Het vertelt van een oude Deense kapitein die na zijn dood wordt opgevolgd door zijn pleegzoon in een tijd dat zeilschepen plaats maken voor stoom. Ook de zoon gaat het water op, een huilende moeder op wal achterlatend. Onderweg varen zij de oorlog in, met de bijbehorende gruwelen. Ze varen in konvooi en moeten door; ze mogen de schipbreukelingen niet opvissen uit de koude zee. De jonge kaptein tracht zijn bemanning heelhuids naar huis te krijgen en draait om, richting Marstal (Denemarken). Het lot is hen niet gunstig gezind. Vlakbij huis belanden zij in het bombardement bij Hamburg.
‘Wij, de verdronkenen’ kent aangrijpende dramatische hoogtepunten, waarin de ijle zang van een loepzuivere countertenor boven de koorzang van de tienkoppige bemanning uitstijgt, onder rauwe begeleiding van de hydraulisch aangedreven muziekinstallaties van BOT. Als dan de huilende moeder aan wal deze zang overneemt, nog hoger, zichzelf tormenterend met schuld, dan is het drama voelbaar. Ook de beeldtaal is sterk; met heel simpele middelen bereikt ‘Wij de verdronkenen’ een groot effect. De verrijdbare houten plateaus, gesierd met deinende rode lampjes, brengen het publiek dichtbij bij de mannen in zee dobberend in hun reddingsvesten. Het geluid van hen die zich afzetten tegen de wand van het schip, in de hoop niet in de schroef te komen, drijft de bemanning tot waanzin. Het kielzog kleurt rood. Beelden die het publiek nog lang bijblijven.
Helaas zijn er ook momenten dat de voorstelling bijna schipbreuk leidt. In het begin hapert de eerste solo en zijn de overgangen tussen de scenes soms tergend langzaam. De sterfscene van de oude kaptein is gelukkig veel beter en daarna trekt de timing ook aan. Het spel laat later toch ook te wensen over. Zo ziet het publiek de spelers soms wanhopig elkaars ogen zoeken in wat een groots opgezette waanzinscene had moeten zijn. Het is ook wel veel gevraagd van het publiek om in deze cast een groep zeelieden te zien; een paar frêle jongens (in het begin nog wel overtuigend als overmoedige jeugd, later toch onverbiddelijk te weinig stoer en gespierd) en een bebaarde man met een ronde designersbril. Een vrouw als matroos kan natuurlijk best in een theatervoorstelling, maar de toeschouwers kijken vreemd op als aan het eind dezelfde vrouw als drenkeling uit zee wordt opgevist, inclusief baby.
Misschien had de BOT-fan toch gelijk. In deze productie wordt te weinig gebruik gemaakt van de kracht van de vier mannen van BOT. Zij staan verspreid over het speelvlak, net als hun instrumenten, en stellen zich dienstbaar op aan de productie. Daardoor komt hun beroemde timing en geconcentreerde energie niet tot zijn recht in de grote groep spelers die steeds in zijn geheel op het toneel blijft. Waar zij de ruimte krijgen het voortouw te nemen, bijvoorbeeld in de liedjes, vallen tekst en beeld samen, wordt het ruiger en stijgt het niveau.
Uiteindelijk zijn het vooral Ana Naqe als treurende moeder en een ijzersterke rol van BOT’s leadzanger Job van Gorkum die de productie dragen. Zij sleept je mee, onverbiddelijk het wanhopige verdriet in. Hij zet met zichtbaar plezier een waanzinnige slechterik neer. Tussendoor brengt hij een haperende ontploffing dan maar handmatig tot stand; misschien iets te grappig voor het drama, maar het spel kan daarna wel door. Aan het eind, met nog slechts één ledemaat blijft zijn spel sappig en veelzeggend. Samen varen ze de cast gehavend de veilige haven in van de staande ovatie aan het eind.

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. To find out more about the cookies we use and how to delete them, see our privacy policy.

  I accept cookies from this site.
EU Cookie Directive Module Information